IVH verdwenen in West-Brabant

Integrale VroegHulp (Ivh), een zeer waardevolle, preventieve ondersteuning aan (ouders van) kinderen met meervoudige ontwikkelingsstoornissen, dreigt ten onder te gaan in het proces van lokale transformatie. Meer dan de helft van de gemeenten weet niet hoeveel kinderen Ivh nodig hebben. De zorgaanbieders zien momenteel lijdzaam toe dat in veel gezinnen ondersteuning die nodig is, te laat komt. In West-Brabant wordt het zelfs helemaal niet meer benut.

Ivh voorziet al ruim twintig jaar in een grote behoefte en past naadloos in de decentralisatie van zorg. In feite is Ivh decentralisatie ‘avant la lettre’. Het draait om preventieve ondersteuning van jonge kinderen (0-7 jaar) met meervoudige ontwikkelingsstoornissen en -vraagstukken. Deze kinderen en hun ouders hebben multidisciplinaire deskundigheid nodig voor goede diagnostiek, die moet leiden tot een plan voor ondersteuning. Een plan dat de ontwikkeling van het kind en het gezin zoveel mogelijk ten goede komt. Het is een praktische navigatie door een woud van regels en – nog veel belangrijker – een steun in de rug tijdens het vaak zeer emotionele proces van acceptatie.
 
In lijn met decentralisatie
Integrale vroeghulp is met andere woorden volledig in lijn met de doelen van de decentralisatie. Maar de wet van de remmende voorsprong speelt de uitvoerenden nu parten. Wat goed werkte loopt vast. Niet omdat het niet meer werkte – in tegendeel – maar omdat door de decentralisatie gemeenten opnieuw moesten beslissen. Het gevolg is dat een methode met een landelijke dekking ten onder dreigt te gaan. In tal van gemeentelijke beleidsstukken duiken synoniemen op als ‘preventie’, ‘vroegtijdige interventie’, ‘maatwerk’, ‘multidisciplinaire samenwerking’, ‘ketenregie’ en ‘ondersteuning van het sociale netwerk’. Zorgaanbieders zien echter dat veel gemeenten wielen opnieuw uitvinden.

Coordinatie verdwenen
Soms pakt dat goed uit. Er zijn gemeenten of samenwerkingsverbanden van gemeenten waar de integrale vroeghulpnetwerken en de bijbehorende coördinatie naadloos werken. Maar in West-Brabant doet elke gemeente het voor zich. Daar zijn de netwerken en de benodigde coördinatie verdwenen. De verschillen zijn schrijnend zichtbaar. Bijvoorbeeld in de latere leeftijd waarop kinderen in beeld komen van zorgorganisaties en de mate waarin ouders worden voorbereid en op weg worden geholpen.Frank Bluiminck, de directeur Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) zegt in ‘Binnenlands Bestuur’dat moet worden voorkomen dat deskundigheid over gevolgen van ontwikkelingsstoornissen van jonge kinderen iverwatert en netwerken niet meer functioneren.”Maak gebruik van het beproefde recept: integrale vroeghulp. Laten we niet te snel berusten in vermeend eigen succes met een ogenschijnlijk gunstig effect van een eigen aanpak. Terwijl een voor iedereen herkenbare en bewezen oplossing binnen handbereik ligt.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *