Het concept ‘proefplaatsing’ slaat aan.

Het aantal Wajongers dat met behoud van uitkering werkt voor een periode van twee maanden tot maximaal een half jaar is in een paar jaar tijd meer dan verdubbeld. In die periode kan een werkgever kijken of de jonggehandicapte bij het bedrijf past. Waren er 3100 proefplaatsingen in 2012, in 2016 steeg het aantal proefplaatsingen dat het UWV inzet voor Wajongers naar 7700.

De werkgever moet wel de intentie hebben de uitkeringsgerechtigde – die al een beperking had voor zijn 18de verjaardag – na die proeftijd een dienstverband van zeker zes maanden aan te bieden. Dat doen de ondernemers ook vaak. Bijna 60 procent van de Wajongers mag daarna blijven. Na een jaar werkt twee derde van hen nog steeds. Nog eens 30 procent vindt op een later moment werk.

Loonaanvulling
Het UWV vermeldt wel dat het na de proefplaatsing bijna altijd nog steeds geen echte betaalde baan is. Dat is voor de meeste Wajongers nooit haalbaar op eigen kracht, zegt het UWV, vanwege de ernst van hun beperkingen. Er zal dus heel vaak loonaanvulling vanuit de gemeente nodig zijn en/of begeleiding. Het UWV spreekt daarom van ‘werk naast de uitkering’. Op dit moment heeft ongeveer de helft van de werkende Wajongers loondispensatie nodig. Ruim een derde van hen krijgt hulp van een jobcoach.

Alleen bij dienstverband half jaar
Hoe kan het eigenlijk dat twee derde van de werkende Wajongers dus geen begeleiding krijgt van een jobcoach? Het UWV zegt toch dat deze groep bijna niet kan functioneren zonder? Dat klopt, alleen heeft een groot deel van hen er geen recht op. Doordat ze bijvoorbeeld minder dan 12 uur per week werken. Of doordat ze stagelopen of op uitzendbasis werken. Pas bij een dienstverband van tenminste een half jaar is het inschakelen van een jobcoach mogelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *