Helft gemeenten in verkennende fase invoering VN-verdrag

Hoe maken gemeenten werk van het VN-verdrag voor de rechten van personen met een beperking? Uit een flitspeiling van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) blijkt dat de helft van de deelnemers in een verkennende fase verkeert, en dat veel gemeenten graag ondersteuning willen bij de uitvoering van dit beleid.

De VNG wilde weten hoe het gemeentelijk implementatiebeleid ervoor staat, twee jaar nadat de Eerste Kamer instemde met de aanvaarding van het VN-verdrag voor de rechten van personen met een beperking. De koepelorganisatie hield samen met kennisinstituut Movisie een nulmeting VN-Verdrag Handicap, een ‘flitspeiling’ voor de stand van zaken, tevens een handvat om over twee jaar opnieuw de ontwikkelingen te meten.

Resultaten
Uit het onderzoek komen verschillende aspecten van het implementatiebeleid naar voren, zoals welke partijen erbij worden betrokken, de prioriteiten die een gemeente stelt en voor welke domeinen er op dit moment aandacht is als het gaat om het wegnemen van beperkingen. Zo blijkt dat de helft van de gemeenten beleid nog in een verkennende fase verkeert. Ze onderzoeken momenteel wat de aanvaarding van het verdrag betekent voor het gemeentebeleid. Zo’n 17 procent heeft inmiddels onderzocht wat de gevolgen zijn en in kaart gebracht wat er nog moet gebeuren, 15 procent geeft aan een plan van aanpak te ontwikkelen.Bijna alle gemeenten, 95 procent, betrekken mensen met een beperking (of vertegenwoordigers van hen) bij het beleid. Fysieke toegankelijkheid van openbare gebouwen wordt door 95 procent als punt van aandacht genoemd, net als toegankelijke communicatiemiddelen (80 procent) en arbeidsparticipatie van wie een beperking heeft (73 procent).

Knelpunten
De onderzoekers vroegen ook of en welke knelpunten gemeenten ervaren. Zo ervaart twee derde de capaciteit om beleid uit te voeren als knelpunt. Zo’n 37 procent vindt het onduidelijk wat volgens het verdrag verplicht is of juist mogelijk en bijna een derde heeft moeite met het betrekken van andere belanghebbenden, zoals scholen en bedrijven. Meer dan de helft van de gemeenten zou graag ondersteuning ontvangen en geholpen zijn met specifieke voorbeelden hoe de invulling van beleidsvelden eruitziet. Een bijna even grote groep heeft behoefte aan generieke voorbeelden, zoals een plan van aanpak of ‘inclusieagenda’. Genoemd wordt ook uitleg over het houden van een nulmeting of het in kaart brengen van de startsituatie en instrumenten om dit te monitoren (40 procent), en uitleg over de betekenis en implicaties van het VN-verdrag (30 procent).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *