Debat passend onderwijs levert weinig op

Vijf jaar na de invoering van het passend onderwijs is naar school gaan voor kinderen met een beperking nog steeds niet vanzelfsprekend. Zorg en onderwijs op elkaar afstemmen blijkt vaak een moeilijk of onmogelijk te leggen puzzel.

De Tweede Kamer sprak de afgelopen weken meerdere keren over het passend onderwijs. In aanloop naar de reeks overleggen over passend onderwijs riepen maatschappelijke organisaties en ouders minister Slob op te werken aan een inclusief onderwijssysteem. Zij vroegen hem ook met spoed iets te doen aan de knelpunten die kinderen met een beperking ervan weerhouden dat zij het juiste onderwijs krijgen. Ook Kamerleden signaleren veel problemen en luidden daarom onlangs de noodklok.

Behoefte van het kind.
In debat met de minister waren veel Kamerleden kritisch op de uitvoering van het passend onderwijs. Een aantal Kamerleden constateerde terecht dat systemen en regels leidend zijn geworden in plaats van de behoefte van het kind. Er bestaan grote regionale verschillen in het beschikbare aanbod van ondersteuning op school, de invoering van passend onderwijs leidde niet tot een afname van het aantal thuiszitters en het aantal kinderen in het speciaal onderwijs groeit

VN-verdrag verplicht inclusief onderwijs.
Als voorbereiding op het debat organiseerde de Kamer een rondetafelgesprek. Hiervoor werden ouders en vertegenwoordigende organisaties uitgenodigd. Tijdens het rondetafelgesprek werd, onder meer door Ieder(in)-directeur Illya Soffer aandacht gevraagd voor het VN-verdrag Handicap. Het VN-verdrag verplicht Nederland het onderwijsstelsel stapsgewijs inclusief te maken, zodat kinderen met en zonder beperking met elkaar naar school kunnen gaan.

Teleurstellend resultaat.
Er werd ouders veel ruimte geboden om hun visie en ervaringen met de politici te delen. Het is daarom des te teleurstellender dat er ondanks de geuite zorgen van ouders en de kritiek van veel Kamerleden, op korte termijn toch weinig lijkt te veranderen. De stemmingen in de Tweede Kamer leverden maar een paar verbeteringen op. Scholen moeten duidelijker aangeven welke ondersteuning ze kunnen bieden, de grote regionale verschillen in aanbod worden verkleind en zorg op school voor leerlingen met een chronische ziekte is een stapje dichterbij gekomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *